Iedereen zou moeten sparen. Dat klinkt misschien streng, maar ik bedoel het anders. Een buffer hebben geeft rust. Rust als de wasmachine kapotgaat. Rust als je auto een dure reparatie nodig heeft. Rust als je even minder verdient.
Toch kom ik bij veel mensen over de vloer die niet of nauwelijks sparen. En er is altijd een reden. Soms een begrijpelijke, soms een die na wat doorvragen toch anders ligt dan het lijkt. Hieronder de zeven redenen die ik het vaakst hoor, en mijn oplossingen.
1. “Ik verdien te weinig om te sparen”
Dit is de meest gehoorde reden. En ook de reden die ik het vaakst moet nuanceren.
Sparen heeft minder met je inkomen te maken dan je denkt, en meer met wat je uitgeeft. Als je netto meer verdient dan het bijstandsniveau, is er bijna altijd ruimte om iets opzij te zetten. Ik weet uit ervaring dat er zelfs mensen zijn met een bijstandsuitkering die het lukt om maandelijks een klein bedrag te sparen.
Een richtlijn die ik gebruik: probeer minimaal 10% van je netto-inkomen te sparen. Lukt dat niet? Dan is de vraag niet of je te weinig verdient, maar of je te veel uitgeeft.
Als 10% op dit moment niet lukt, probeer dan in ieder geval iets te sparen.
2. “Aan het einde van de maand houd ik nooit iets over”
Dat klopt, als je wacht tot het einde van de maand om te sparen. Sparen werkt anders: je zet het geld aan het begin van de maand opzij, en past je uitgaven aan wat er daarna nog over is.
Zorg voor een automatische overschrijving op de dag dat je salaris binnenkomt. Zo maak je er geen keuze meer van. Het geld staat weg voordat je het kunt uitgeven.
3. “Ik wil ook wel eens iets leuks kunnen doen”
Dat snap ik. En dat hoeft ook niet te stoppen. Sparen betekent niet dat je nooit meer iets leuks mag doen. Het betekent wel dat je bewust keuzes maakt.
Als je elke maand uit eten gaat, drie keer per jaar op vakantie gaat en regelmatig nieuwe spullen koopt, maar ondertussen niet kunt sparen, dan is de vraag of die keuzes in verhouding staan tot je inkomen. Er is niks mis met genieten. Maar dat genieten mag niet ten koste gaan van je financiële zekerheid.
4. “Ik boek mijn spaargeld aan het einde van de maand vaak terug”
Dat is een signaal. Ofwel je spaart te veel in verhouding tot je uitgaven, ofwel je uitgaven zijn te hoog.
Bekijk eerst je vaste lasten: zijn er abonnementen die je niet meer gebruikt? Verzekeringen die dubbel zijn? Soms is er 30 tot 50 euro per maand te besparen zonder dat je er iets voor hoeft te laten. Dat geld hoef je dan niet meer terug te boeken.
Als je structureel moet terugboeken, is het ook een teken dat je begroting niet klopt. Dan is het tijd om die opnieuw op te stellen, met realistische bedragen. Spaar een realistisch bedrag, zodat je niet elke maand geld terug hoeft te boeken.
5. “Ik had hoge eenmalige kosten en sta nu rood”
Dit zie ik regelmatig, iemand heeft een grote uitgave gedaan, een bruiloft, een nieuwe auto, een verbouwing, en staat daarna rood of heeft betalingsachterstanden.
De kern van het probleem is dat grote aankopen pas gedaan kunnen worden als je ervoor hebt gespaard. Als het nu al niet lukt om te sparen, is een grote aankoop op krediet of met roodstand geen oplossing. Het vergroot het probleem.
Uitstel is soms de verstandigste keuze. Spaar eerst, koop daarna.
6. “Sinds we een huis hebben gekocht, lukt het niet meer”
Een huis kopen brengt veel kosten met zich mee. Huren is niet per se goedkoper, zeker niet nu de huurprijzen de afgelopen jaren fors zijn gestegen.
Als huiseigenaar betaal je hypotheekrente, maar een deel daarvan krijg je terug via de hypotheekrenteaftrek. Zorg dat je de voorlopige teruggave maandelijks laat uitbetalen door de Belastingdienst, en bewaar dit niet tot de aangifte inkomstenbelasting als een jaarlijkse meevaller. Dat maandelijkse bedrag kun je direct opzijzetten als spaargeld.
Houd er ook rekening mee dat een eigen woning onderhoud vraagt. Een spaarbuffer voor je huis is geen luxe, het is noodzaak.
7. “Ik had opeens een grote belastingschuld”
Belastingschulden ontstaan bijna nooit zomaar. Meestal is er sprake van een te hoge voorlopige teruggave inkomstenbelasting, of ten onrechte ontvangen toeslagen. Als je in loondienst werkt, is de kans klein dat je aan het einde van het jaar belasting moet bijbetalen. Als ondernemer of zzp’er is dat anders, maar dan hoort het reserveren van geld voor de inkomstenbelasting gewoon onderdeel te zijn van je begroting.
Heb je toch een schuld opgebouwd? Vraag de Belastingdienst om een betalingsregeling in termijnen. Dat is meestal mogelijk.
Begrijp je de belastingen en toeslagen niet goed? Vraag hulp. Dat voorkomt dat je later voor verrassingen komt te staan.
Sparen is een keuze, geen luxe
Iedereen die in Nederland meer verdient dan het minimum, kan sparen. Niet altijd veel, maar altijd iets. Het vraagt wel dat je bewust omgaat met je geld en keuzes maakt.
Een buffer van drie maanden vaste lasten is een goed begin. Dat hoef je niet in een jaar op te bouwen. Maar begin. Tien euro per maand is meer dan nul euro per maand.
En als je steeds het gevoel hebt dat sparen niet lukt, terwijl je inkomen het eigenlijk wel zou moeten toelaten: dan is er waarschijnlijk een lek in je begroting. Dat lek is te vinden. En te dichten.
Meer lezen? Lees ook:
- Salaris per 4 weken uitbetaald: zo voorkom je problemen met je vaste lasten
- Geld in je relatie gids
- Financiële lekkage: waar verdwijnt jouw geld?